Kleine vos


Wie zijn wij en waar zijn we te vinden

Laatste nieuws

De Schenk

Natuurvriendelijk tuinieren

Wilde bijen

Contact & lidmaatschap

Foto's VNGS 2015

Foto's aanleg VNGS 2013-2014

Foto's Groene oordje

Foto's Insectenleven Groene oordje 


Foto's Schenktuin



Zweefvlieg

Wilde bijen voor de Haagse tuinen

Door Hans van Helden

Het volgen van de wilde bijen in ¨Het Groene Oordtje¨ leverde een aantal verrassingen op. Bestudering van ¨Bijen en Wespen in Zeeland¨ leert deze verrassingen niet helemaal onverwacht waren. De soorten blijken zich regelmatig tot graag in tuintjes binnen de stedelijke omgeving op te houden. Hier vindt u de meer gewone soorten die het dagelijkse werk doen. Verder is het interessant zich af te vragen welke bijen in Den Haag en directe omgeving zich thuis zouden kunnen voelen en die we in onze tuinen kunnen verwelkomen

Bijen hebben het lastig. Oorzaken hiervoor zijn o.a.:

 ·         Gebruik gewasbeschermingsmiddelen

·         Schaalvergroting in landbouw

·         Andere landbouwtechnieken

·         Vergaande mechanisatie bij onderhoud openbaar groen

·         Klimaatverandering

Als gevolg hiervan verdwijnen de bijen die het van open gebieden moeten hebben, zoals bloemrijke graslanden en akkers, in schrikbarend tempo. Toch is het niet allemaal kommer en kwel. Terwijl  onderzoekers bij inventarisaties zich vooral richten op openbare terreinen en natuurgebieden, krijgen zij indicaties dat in het stedelijk gebied een aantal soorten zich prima thuis voelen. Dank zij de beschutting van gebouwen is het microklimaat zijn stadstuintjes warmer dan het vlakke Hollandse boerenland en dat vinden veel insecten prettig. Echter, juist door het private karakter, zijn privétuinen en volkstuincomplexen lastig op grote schaal te onderzoeken. Toch is het interessant af te vragen, welke bijen hier kunnen gedijen.

Waarom Zeeuwse bijen?

Afgelopen jaren is in Zeeland een uitgebreide inventarisatie van bijen en wespen gemaakt. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in het boekwerk ¨Bijen en wespen in Zeeland¨. Klimatologisch en met uitzondering van de schorren en slikken, heeft Zeeland veel gemeen met Zuid-Holland. Zo heeft de Hollandse kuststrook, net als de Zeeuwse eilanden, een groter aantal zonuren in het voorjaar en zomer dan het achterland. Zeker de bijen, die graag in de duinen en het overgangsgebied tussen duinen en het achterland vertoeven, moeten zich in Den Haag thuis kunnen voelen.

In dit artikel zijn bijen met een voorkeur voor buitengebieden, zoals weiden, moerassen en schorren, buiten beschouwing gelaten. Ook de hommels, de bloed- en de wespbijen zijn niet in de beschouwing opgenomen. Een aantal hommels zijn slechts met behulp van een DNA-analyse met zekerheid te determineren. Het is dus vrijwel onmogelijk deze dieren te inventariseren zonder hen te doden. De parasitaire bloed- en wespbijen hebben een redelijk aantal gastheren en gastvrouwen nodig om te overleven. Zijn die aanwezig, dan duiken zij in de regel ook op.

De vrij zeldzame bruine rouwbij, tubebij en kegelbijen zijn goed herkenbaar en zij lijken zich juist in de stedelijke omgeving te kunnen handhaven. Zij worden daarom hier wel besproken.

De uitgebreide groep van groefbijen is in deze lijst met twee soorten schaars bedeeld. Veel van hen zijn aan te treffen in de buitengebieden. In ons gebied heb ik vijf soorten waargenomen, maar in de Zeeuwse inventarisatie wordt slechts bij twee soorten specifiek voorkomen in de stedelijke omgeving c.q. tuinen vermeld. De Zeeuwse inventarisatie geeft aan dat een aantal soorten in kleiige gebieden nestelen, dus dat kan voor onze tuinen met zware grond toch spannend worden.

Naast “Bijen en wespen in Zeeland” zijn ook Denederlandsebijen.nl en Waarneming.nl geraadpleegd. Bijzonder dank gaat uit naar Frank van der Meer, die de soms lastig op naam te brengen soorten heeft gedetermineerd.

Tabel: Wilde bijen die regelmatig tot graag tuinen opzoeken


Een plusje voor de naam betekent dat de soort zich lijkt uit breiden, een minnetje is een afname.
Rode achtergrond betekent dat de bij op de rode lijst uit 2004 staat.

 

Bijzonderheden Groene Oordtje

Andoornbij, Antophora furcata. Waarschijnlijk de grootste verrassing van Het Groene Oordtje. De bij wordt steeds minder waargenomen in ¨natuurlijke terreinen¨. De helft van de waarnemingen Zeeland kwam uit particuliere tuintjes.

Geelgerande tubebij, Stelis punctulatissima. Vermoedelijk een warmteminnende soort, die zich binnen de stedelijke omgeving heel erg thuis lijkt voelen. Er zijn nauwelijks waarnemingen uit het buitengebied bekend. Deze parasiet van de Grote wolbij strijkt graag neer op composieten in tuinen, parken, volkstuinen en openbaar groen.

Grote Klokjesbij, Chelostoma rapunculi. Waar de andere klokjesjesbijen meer open terrein prefereren, houdt de Grote klokjesbij van de beschutting van tuintjes. Als er behalve campanula´s ook een flink rieten dak in de buurt is, is het helemaal toppie.

Kustbehangersbij, Megachile maritima. De naam geeft aan dat deze bij in de duinen is aan te treffen, maar de Zeeuwen troffen het dier ook aan in particuliere tuintjes. Het mannetje heeft opvallende witte poten, en is zeer territoriaal. Deze spectaculaire bij lust o.a. zeeraket, driedistel, kruipend stalkruid, vogelwikke en siererwt (lathyrus). In Het Groene Oordtje hield de bij een sierui bezet.